Werkt je wachtwoord niet meer? Druk dan op wachtwoord vergeten.
Ervaar je technische problemen? help@papegaaienforum.nl
Naam: Agapornis Roseicollis
Grootte: 15 tot 17 centimeter groot
Geslachtsonderscheid:Er zijn geen uiterlijke kenmerken tussen beide geslachten
Het uiterlijk:
De Agapornis Roseicollis is ongeveer tussen de 15 en 17 centimeter groot.De wildkleur Agapornis Roseicollis is vanaf het voorhoofd tot op de kruin en vandaar verticaal tot achter de ogen rood. Deze rode kleur is ook te vinden in de wangen en het masker maar gaat hier geleidelijk over in dieproze.Tussen deze dieproze kleur en de groene nek bevindt zich een smalle hemelsblauwachtige overgangszone. Het lichaam is lichtgroen. De vleugels zijn meer donkergroen van kleur. De duimveertjes in de vleugelbocht zijn geel. De grote vleugelpennen zijn grijs, de ondervleugeldekveren groen met een blauwachtige tint. De stuit is kobaltblauw. De grote staartveren tonen vanaf de basis een rood en zwarte dwarstekening. De uiteinden van de grote staartveren zijn kobalt. De snavel is hoornkleurig, de ogen donkerbruin en de poten en nagels respectievelijk grijs en donkergrijs.
Herkomst en leefmilieu:
De Agapornis roseicollis leeft in Zuidwest-Afrika in Angola tot aan de oevers van de Oranje -rivier.De Agapornis roseicollis leeft voornamelijk in droge rotsachtige gebieden met bladverliezende bomen. In het wild houden ze zich meestal op in kleine groepjes van 10 tot 15 vogels. Ze zorgen er voor dat ze steeds in de nabijheid van water blijven. Hun voeding bestaat uit allerlei zaden en bessen. Doordat ze nog wel eens op vrij grote hoogten te vinden zijn, 1500 tot 2000 meter, zijn ze vrij goed bestand tegen temperatuurswisselingen. In hun natuurlijke leefomgeving broeden ze veelal in oude nesten van verschillende Weversoorten. Dit zijn vaak zeer grote nesten, die veelal plaats bieden aan meerdere paartjes. De agapornis roseicollis is dan ook een koloniebroeder. In de literatuur wordt zelfs vermeld dat ze de wevers verjagen en hun nesten in bezit nemen. Ook bouwt de Agapornis roseicollis zelf wel een nest, meestal in rotsspleten, grotten, in oude drooggevallen waterputten of oude gebouwen, echter zelden of nooit in bomen of struiken. Indien ze zelf een nest bouwen gebruiken ze daarvoor lange stroken schors, bladeren en grashalmen.Het materiaal wordt vervoerd door de materialen in de bevedering van de stuit en hetbovenstaartdek te plaatsen dit doet alleen de pop.
Broeden in gevangenschap:
Hoewel het koloniebroeders zijn heeft de praktijk geleerd dat, in gevangenschap, het paarsgewijs broeden het meest succesvol is. Bij het in kolonieverband houden van de vogels in een volière breken namelijk regelmatig vechtpartijen uit waarbij de tere tenen van de vogels het dan moeten ontgelden. Het broedblok dient ongeveer een afmeting te hebben van 25 cm. hoog en een bodemoppervlak van 15 x 15 cm. Uit eigen ervaring weet ik dat ze het ook prima doen in horizontale broedblokken met een breedte van 40 cm., een lengte van 18 cm. en een hoogte van 18 cm. Als nestmateriaal kunnen verse (wilgen)takken gegeven worden. Van de takken bijt de pop dan stroken schors van ca. 10 cm. die ze vervolgens in haar stuitbevedering stopt en naar het nest brengt. In 3 tot 4 dagen wordt zo een komvormig nest door haar gebouwd. De eitjes komen na ca. 23 dagen uit. De jongen hebben bij het uitkomen een roodachtige donsbevedering, die naarmate ze ouder worden, veranderd in donkergrijs. Na de achtste dag kunnen de jongen geringd worden met ringmaat 4,5 mm.. Als ze uitvliegen, na ca. 6 weken, worden ze nog ongeveer twee weken door de ouders gevoerd. Het is verstandig de jongen, als ze zelfstandig zijn, apart te zetten. De ouders kunnen dan ongestoord met het tweede legsel beginnen. Het verdient aanbeveling de vogels niet meer dan twee legsels te laten grootbrengen.
